ga naar navigatie

Rabbijnen

Evenals in veel andere kleine plaatsen verenigde de rabbijn meerdere functies. Hij was behalve rabbijn meestal voorzanger, onderwijzer en sjochet. Over hun kwaliteiten zijn we slecht ingelicht, maar we doen er goed aan ons daar geen overdreven voorstelling van te maken.

De eerste met name genoemde rabbijn was in 1740 Abraham van der Munten. Gezien zijn naam was hij afkomstig uit Termunten of wellicht Muntendam. Gossel Salomon van Brakel was waarschijnlijk al vanaf 1745 en zeker vanaf 1749 tot 1757 werkzaam als rabbijn. 1756 vraagt Hartog Mozes toestemming om zich als rabbijn in Appingedam te mogen vestigen, maar de autoriteiten wijzen zijn verzoek af. Doch omdat Brakel naar het oordeel van de Joodse Gemeente te oud geworden was, werd hij in 1757 vervangen door Hartog Jacobs.

Deze is niet lang in dienst gebleven, want al in oktober 1758 is er sprake van rabbi Jacob Salomons of Samuels die tot circa 1768 de post van rabbijn waarnam. Vanaf 1769 tot circa 1782 komen we Israël Davids tegen als rabbijn, godsdienstonderwijzer en sjochet. Zijn opvolger was Hartog Mayer, die nog tot 1796 werkzaam was tegen een salaris van 50 gulden per jaar.

Hoewel de laatste zich in 1796 nog steeds rabbijn noemde, had de Joodse Gemeente van Appingedam zich al in 1792 geplaatst onder het gezag van de rabbijn van de stad Groningen en daar zou geen verandering meer inkomen.

 

Gemeente Appingedam

Afbeelding gemeente Appingedam

terug naar gemeente overzicht