ga naar navigatie

Rabbijnen

De eerste rabbijn van de Joodse Gemeente Groningen was Izaak Jozef Cohen. Hij was circa 1702 te Hamburg geboren en overleed op 13 december 1788 te Groningen. Vanaf ongeveer 1735 tot zijn dood in 1788 vervulde hij de functie van rabbijn.

Levie Hartog Geloga (Arje Leib ben Zwi Hirsch Jafe) was, zoals zijn naam al aangeeft, oorspronkelijk afkomstig uit het nu Poolse Glogau. Voor zijn benoeming op 18 juli 1790 in Groningen was hij in Amsterdam als rabbijn werkzaam. Hij overleed in 1798 te Groningen. Geloga was de eerste Groninger rabbijn die zich sierde met de titel van opperrabbijn.

Volgens sommige bronnen was Isaak Lemming de opvolger van Geloga. Hij zou in de jaren 1800 en 1801 als rabbijn werkzaam zijn geweest. Maar contemporaine bewijzen hiervoor ontbreken.
Op 4 juli 1802 trad de uit Hannover afkomstige Samuel Berenstein aan als rabbijn. Hij vervulde deze functie tot 5 december 1808. Vervolgens vertrok hij naar Leeuwarden.

Zijn opvolger was Abraham Izaks Deen of Tiktin, die omstreeks 1760 te Kopenhagen was geboren en in 1811 tot rabbijn werd verkozen. Na de grote brand die Kopenhagen trof, verhuisde hij naar Steinfurt. In deze plaats moet hij zich de bekwaamheid tot rabbijn hebben verworven. Hij vervulde dit ambt tot zijn dood in 1821.

Salomo Jozef Rosenbach, die van 1821 tot 1823 al de functie van Dajan (hulprabbijn) vervulde, was vanaf 1824 tot 1848 de volgende rabbijn. Tussen 1848 en 1851 was de Leeuwarder rabbijn Baruch Bendit Dusnus tevens interimrabbijn van Groningen.

Jakob Rosenberg, voorheen rabbijn te Fulda, werd op 7 september 1852 tot zijn opvolger verkozen. Hij werd eind 1860 door het bestuur (parnassim) van de Joodse Gemeente ontslagen en bleef tot december 1861 in dienst. Vanaf 1862 werden de rabbinale functies waar genomen door de Meppelder rabbijn Jirmejahu Hillesum.

Pas op 2 mei 1888 koos Groningen weer een eigen rabbijn in de persoon van Abraham van Loen. Hij bleef in functie tot november 1903. Daarna vertrok hij naar Den Haag. Zijn opvolger Eliëzer Hamburg werd op 24 mei 1905 geïnstalleerd. Hij overleed op 3 april 1918. Vanaf 1 juni 1919 werd hij opgevolgd door Abraham Asscher, die tot aan zijn overlijden op 10 mei 1926 deze post waarnam. Vanaf zijn installatie op 18 september 1927 vervulde Bernard Davids de functie van rabbijn.

Davids werd op 2 december 1929 tot opperrabbijn van Rotterdam geïnstalleerd. Hij werd opgevolgd door de op 20 maart 1932 geïnstalleerde Simon Dasberg, die tot in de oorlogsjaren rabbijn van de Joodse Gemeente was. Na de oorlog begon op 20 mei 1949 Aäron Prins met zijn werkzaamheden als rabbijn. Hij was tot 1952 als zodanig werkzaam. Na die tijd zou de Joodse Gemeente Groningen geen eigen rabbijn meer kennen.

 

Gemeente Groningen

Afbeelding gemeente Groningen

terug naar gemeente overzicht

Rabbijn Aaron Barend Davids

Rabbijn Aaron Barend Davids

Rabbijn Aaron Barend Davids, ca. 1925, foto P.B. Kramer (Tg. 1785, inv.nr 10548)

Groningen: Folkingestraat

Folkingestraat tijdens de Lustrumviering van de universiteit

Folkingestraat tijdens lustrumviering universiteit, 1909 (Tg. 1785, inv.nr 21805

Groningen: Orkest gebr. Bollegraaf

Orkest van de gebroeders Bollegraaf in de Folkingestraat

Orkest van de gebroeders Bollegraaf in de Folkingestraat, ca. 1938 (Tg. 818, inv.nr G20-2481d)