Aanvankelijk begroeven de joden uit Hoogezand en omgeving hun doden te Veendam. Dit was een relatief grote afstand en men probeerde dan ook herhaaldelijk een eigen begraafplaats te stichten. Zo wordt in 1818 een verzoek om achter de synagoge een begraafplaats aan te leggen afgewezen.
In 1837 verkrijgt men wel toestemming om aan de Kalkwijk een begraafplaats aan te leggen. Maar deze plaats was waarschijnlijk inmiddels te afgelegen. Uiteindelijk werd in Kolham een begraafplaats aangelegd.