ga naar navigatie

Geschiedenis

Nieuweschans ligt in het oosten van de provincie Groningen. Het dorp dankt zijn ontstaan in 1628 aan de stichting van een vestingwerk op de grens van Nederland en Duitsland. In 1882 werden deze vestingwerken geslecht en de grachten gedempt. In de eerste helft van de 17e eeuw vestigen zich de eerste joodse inwoners in het dorp.

Tot het midden van de 18e eeuw zou het dorp echter nooit meer dan een of twee joodse families herbergen, die er meestal niet voor langere tijd bleven wonen. Met de komst in 1750 van Gerson Arents uit het nabijgelegen Oostfriese Stapelmoor zou dat anders worden. Vanaf dat jaar woonden er voortdurend joden in het dorp.

Deze nieuwkomers waren voornamelijk afkomstig uit de Oostfriese dorpen aan de overzijde van de grens. De vestiging van Gerson Arents stuitte op weerstand van de gevestigde bewoners. Zonder succes probeerden zij de plaatselijke autoriteiten te overtuigen dat de vestiging van joden schadelijk was voor hun broodwinning. De middelen van bestaan van de joden bestonden hoofdzakelijk uit de handel in textiel en allerlei ongeregelde goederen en in mindere mate de handel in vee en vlees.

Wat betreft hun religieuze noden en behoeften waren de joden uit Nieuweschans voornamelijk op zichzelf aangewezen. Grotere Joodse Gemeenten lagen op relatief grote afstand.
In 1813 verwierf de joodse gemeenschap in Nieuweschans de status van een Joodse Gemeente. Behalve Nieuweschans maakten ook de joden in de nu Oostfriese dorpen Bunde en Stapelmoor er deel van uit. Vanaf 1821 was het een zogenaamde Bijkerk van de Ringsynagoge Winschoten.

In 1809 telde het dorp 25 joden, in 1849 was hun aantal gegroeid tot 61 en daarna liep als gevolg van de veranderende sociale en economische omstandigheden het aantal joden in het dorp terug tot acht in 1930.

 

Gemeente Nieuweschans

Afbeelding gemeente Nieuweschans

terug naar gemeente overzicht

Nieuweschans: de Achterstraat

Nieuweschans: de Achterstraat

Achterstraat, ca. 1900, prentbriefkaart (Tg. 818, inv.nr 13951)