In 1620 gaat het gerucht dat zich joden in Uithuizen, een dorp in het noord-oosten van de provincie, willen vestigen. Evenals elders probeerde ook hier de hervormde kerk dit tegen te gaan. Hoe het ook zij, veel joden heeft het kleine dorp nooit geteld. Pas in 1738 is er sprake van een tweetal joodse families, die zich bezig hielden met de verkoop van vee en vlees. Zowel in het aantal joden dat het dorp telde als in wijze waarop zij in hun onderhoud voorzagen, trad in de loop van de 19e en 20ste eeuw weinig verandering op.
De joden in het dorp maakten tot 1821 deel uit van de Joodse Gemeente Stedum. Daarna behoorde ze tot de Joodse Gemeente Appingedam. In 1880 en 1890 werden pogingen ondernomen om tot de stichting van een Joodse Gemeente te komen. Door onderlinge verdeeldheid kreeg dit streven geen gevolg.
In 1887 verkreeg men de status van 'bijkerk', maar bleef organisatorisch verbonden met Appingedam.